Rb. Roermond 23 mei 2001, ECLI:NL:RBROE:2001:AB2671

Termijn welke geldt voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar na intrekking van het besluit op bezwaar hangende beroep. Bestreden besluit d.d. 23 december 1999 inzake bezwaren tegen weigering WAO-uitkering hangende beroepsprocedure ingetrokken, waarna de rechtbank dit besluit heeft vernietigd. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing op haar bezwaarschrift. Rechtbank: Verweerder heeft door niet gelijktijdig met de intrekking van het besluit op bezwaar op 27 maart 2000 daarvoor in de plaats in heroverweging een nieuw materieel besluit te stellen, gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 7:11, tweede lid Awb en de jurisprudentie terzake. Verweerder was gehouden om (reeds) bij intrekking, derhalve op 27 maart 2000 opnieuw inhoudelijk te beslissen. Deze gehoudenheid brengt met zich dat er vanaf laatstgenoemde datum gezegd kan worden dat verweerder niet tijdig (opnieuw) heeft beslist, zodat ten tijde van het instellen van het beroep een besluit als bedoeld in art. 6:2, aanhef en sub a Awb voorlag en de daartegen aangevoerde grieven terecht zijn voorgesteld. Dit besluit komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. Het overschrijden van de wettelijke beslistermijn dient als onrechtmatig te worden aangemerkt. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mr. L.M.J.A. Dassen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen