Rb. Roermond 31 juli 2000, ECLI:NL:RBROE:2000:AA6876
Weigering om eerder verleende gedoogbeschikking voor exploitatie van prostitutiebedrijf te verlengen. Weigering verlenging gedoogbeschikking is besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Niet B&W maar burgemeester bevoegd tot het met bestuursdwang handhaven van de openbare orde en dus ook exclusief bevoegd tot het afzien daarvan, het gedogen. Weigering om eerder verleende gedoogbeschikking voor exploitatie van prostitutiebedrijf te verlengen. Ingevolge de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) is de schriftelijke weigering om een gedoogbeschikking te verlenen, bijzondere omstandigheden daargelaten, geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb, aangezien aan een dergelijk besluit geen zelfstandige betekenis toekomt. Waar in het onderhavige geval aan verzoeker eerder over de periode 01-01-1999 tot en met 31-12-1999 een gedoogbeschikking is verleend, wordt bij het besluit van 25-01- 2000 geweigerd om die eerder verleende gedoogbeschikking per 01-01- 2000 te verlengen. Dit in aanmerking genomen, alsmede gelet op het feit dat het besluit is gebaseerd op de in de gemeentelijke prostitutienota neergelegde beleidsregels, komt er zelfstandige betekenis aan toe. De pres. verwijst in dit verband naar een uitspraak van de ABRS van 22 juli 1999, nr. H01.98.0279 (JB 1999/202) (Zie ook ABRS 22-07-1999, nr. H01.98.0114, LJN AA3610). Het besluit van 25-01-2000 zal dan ook, voor wat betreft het niet verlengen van de gedoogbeschikking, worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. Nu in het besluit niet wordt gesteld dat handhavend zal worden opgetreden, moet verder worden geoordeeld dat de weigering om verder te gedogen niet gepaard gaat met een bestuursdwangaanschrijving, zodat de omvang van het geding beperkt is tot voormelde weigering. Bestreden besluit onbevoegd genomen. Gelet op het bepaalde in de artt. 172.1, 180.1 en 181 Gemeentewet is het met bestuursdwang handhaven van de openbare orde een exclusieve bevoegdheid van de burgemeester met enkel een verantwoordingsplicht aan de raad. Mitsdien is ook het afzien daarvan, het gedogen, diens exclusieve bevoegdheid. Het college van B&W is daartoe dus niet bevoegd. Gegrond beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl