Rb. Roermond 7 juli 2000, ECLI:NL:RBROE:2000:AA6817
Bewoners van gezinsvervangend tehuis moeten niet worden aangemerkt als één gezin ex art. 114 Mediawet. Ongegrondverklaring bezwaren tegen halfjaarnota's omroepbijdrage t.n.v. de Stichting Maria Roepaan (78 tv's en 9 radio's) en t.n.v. de St. Augustinusstichting (46 tv's en 84 radio's). Anders dan eiseres (rechtsopvolgster van evengenoemde stichtingen) betoogt, moeten de bewoners van ieder gezinsvervangend tehuis (in de hoofdlocatie gezamenlijk of per leefgroep dan wel in de sociowoningen) niet worden aangemerkt als één gezin ex art. 114 Mediawet. Gelet op art. 114.4.a, waarin is bepaald wat onder gezin moet worden verstaan, gaat het m.n. om de vraag wat moet worden verstaan onder "anderen dan echtgenoten die duurzaam samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren". De wetgever heeft niet aangegeven welke relaties hieronder vallen maar heeft in de MvT verwezen naar hetgeen in de moderne wetgeving gebruikelijk is. Aldus heeft de wetgever duidelijk bedoeld aan te sluiten bij de op dat moment op stapel staande wijzigingen in de sociale zekerheidswetten. In dat kader is een definitie gegeven van gezamenlijke huishouding, die uitdrukkelijk meerpersoonsrelaties en niet met een huwelijk gelijk te stellen relaties uitsluit. De wijze waarop de bewoners van genoemde instellingen samenleven is niet te kenschetsen als gezin in de zin van de Mediawet. Mitsdien geldt de hoofdregel van art. 115 Mediawet ingevolge welke voor elke ontvanginrichting afzonderlijk omroepbijdrage is verschuldigd. Het beroep van eiseres op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Bijstandswet kan evenmin baten. In die wetgeving wordt het begrip gezamenlijke huishouding uitdrukkelijk beperkt tot twee ongehuwde personen. Ongegrond beroep. De directeur van de Dienst Omroepbijdragen te 's-Gravenhage, verweerder. mrs. F.J. C. Huijbers, R.H. Smits, R. Peters
De uitspraak op rechtspraak.nl