Rb. Roermond 10 mei 2000, ECLI:NL:RBROE:2000:AA6368
Art. 12.5 CSV staat eraan in de weg dat indirect dezelfde persoon voor hetzelfde feit wordt getroffen. Verweerder heeft eiseresses bezwaren tegen de besluiten inzake aanvullende premievaststelling over 1995 en 1996 en oplegging van een boete van 100% ongegrond verklaard. Eiseres voert o.a. aan dat C (directeur/enig aandeelhouder van eiseres) i.v.m. de onjuiste loonopgave over genoemde jaren strafrechtelijk is veroordeeld, waardoor de boete ex art. 12.5 CSV vervalt, danwel kwijtschelding dient plaats te vinden. Rb.: De Rb. ziet van de kant van verweerder geen inhoudelijke betwisting van het gegeven dat de strafrechtelijke veroordeling van de directeur/enig aandeelhouder van de vennootschap, mede is gebaseerd op hetzelfde complex van feiten dat ertoe geleid heeft dat aan de vennootschap door verweerder een premieverhoging is opgelegd. De wegens datzelfde complex van feiten aan de vennootschap opgelegde premieverhoging treft indirect haar directeur/enig aandeelhouder bij wie immers het vermogensrechtelijk belang van de vennootschap berust. Naar het oordeel van de Rb. moet art. 12.5 CSV zodanig worden uitgelegd dat die bepaling eraan in de weg staat dat indirect dezelfde persoon voor in wezen hetzelfde feit punitief getroffen wordt. Het stond verweerder in het onderhavige geval derhalve niet meer vrij alsnog premieverhoging op te leggen. Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mr. J.J.A. Kooijman
De uitspraak op rechtspraak.nl