Rb. Roermond 27 maart 2000, ECLI:NL:RBROE:2000:AA5574

verweerder meegedeeld dat eiser het bepaalde in artikel 38 van de Erkenningsregeling-APK heeft overtreden en dat in het kader van het wederzijdse streven naar de-escalatie is besloten de erkenning niet in te trekken. Tevens is eiser met klem verzocht zich in toekomstige contacten met steekproefcontroleurs te onthouden van uitingen van vermoedens of anderszins die de uitvoering van de herkeuring belemmeren, waarbij hem voorts is meegedeeld dat het niet opvolgen van dit verzoek kan leiden tot intrekking van zijn erkenning. Een waarschuwing aan een erkenninghouder van een APK-keuringsinstantie is geen besluit ex art. 1:3 Awb. Ongegrondverklaring bezwaar tegen mededeling verweerder bij brief dat eiser het bepaalde in art. 38 Erkenningsregeling-APK heeft overtreden en dat in het kader van het wederzijdse streven naar de-escalatie is besloten de erkenning niet in te trekken. Tevens heeft verweerder bij deze brief met klem verzocht dat eiser zich in toekomstige contacten met steekproefcontroleurs onthoudt van uitingen van vermoedens of anderszins die de uitvoering van de herkeuring belemmeren, waarbij eiser voorts is medegedeeld dat het niet opvolgen van dit verzoek kan leiden tot intrekking van zijn erkenning. Op grond van art. 87.2 WvW in samenhang met het bepaalde in de artt. 46 juncto 38.3 Erkenningsregeling-APK is verweerder in gevallen als i.c. bevoegd tot intrekking of wijziging van de erkenning. Die bevoegdheid heeft door het geven van de in geding zijnde waarschuwing geen wijziging ondergaan. Het geven van een waarschuwing vormt immers geen voorwaarde voor rechtsgeldige intrekking of wijziging van de erkenning. Evenmin is de waarschuwing daarmee op één lijn te stellen. Gelet op de sanctiemogelijkheden die in art. 46 staan opgenomen is voornoemde brief niet gericht op rechtsgevolg en mitsdien geen besluit ex art. 1:3 Awb. De waarschuwing zou, indien deze onderdeel vormt van een op schrift gesteld toepasselijk sanctiebeleid en daarbinnen als voorwaarde geldt voor het rechtsgeldig opleggen van sancties of maatregelen, wel zijn gericht op rechtsgevolg, maar daarvan is niet gebleken. Dat aan de waarschuwing in de toekomst mogelijk nog consequenties worden verbonden in de zin van het meewegen bij de beoordeling van bijzondere omstandigheden verleent aan de brief van 26-04-1999 evenmin het besluitkarakter in de zin van de Awb. Vernietigt het bestreden besluit en verklaart eiser alsnog niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen