Rb. Overijssel 18 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:885

Erflaatster is in 2022 overleden. Erflaatster heeft als erfgenamen achtergelaten haar kinderen, partij A en naam 1. Erflaatster had ten tijde van haar overlijden een eenmanszaak waarin haar vader, partij B, beheerwerkzaamheden verrichtte voor verhuurders van onroerend goed. De eenmanszaak betaalde zichzelf een beheervergoeding uit de huur die zij van de huurders kreeg overgemaakt en het resterende deel werd als vergoeding voor de huur aan de verhuurders doorbetaald. In 2010 hebben erflaatster en partij B samen een stichting opgericht waaraan de huurders de huur overmaakten. De stichting betaalde vervolgens de beheervergoedingen door aan de eenmanszaak. Na het overlijden van erflaatster was partij B enig bestuurder van deze stichting. In deze procedure gaat het voornamelijk over de vraag aan wie de beheerportefeuille en beheervergoedingen toekomen in de periode na het overlijden van erflaatster. Partij A vorderen schadevergoeding van partij B, omdat hij niet alle beheervergoedingen aan de nalatenschap zou hebben overgemaakt en hij onrechtmatig zou hebben gehandeld door zijn rol bij de overname van de beheerportefeuille door een andere ondernemer. Ook vorderen partij A dat partij B rekening en verantwoording aflegt over het door hem gevoerde beheer over de beheervergoedingen. Partij B vordert betaling door partij A van een geldvordering die erflaatster aan hem verschuldigd was ten tijde van haar overlijden en betaling van vergoeding of loon voor zijn werkzaamheden in de eenmanszaak. De rechtbank wijst een tussenvonnis, omdat partijen zich nog over een aantal onderwerpen nader moeten uitlaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken