Rb. Overijssel 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:688
Samenvatting: Het college heeft aan eiser een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is bepaald dat eiser de schutting en het hekwerk die hij geplaatst heeft op zijn perceel dient te verwijderen of dient te verlagen tot wat is toegestaan volgens het omgevingsplan. Eiser is het met deze last onder dwangsom niet eens. Hij vindt dat er voor wat betreft de schutting geen sprake is van een overtreding. Ook vindt hij handhavend optreden onevenredig. Als hij het hekwerk en de schutting niet op deze wijze kan laten staan, kan hij zijn onderneming niet meer verzekeren, en zal hij gedwongen worden deze te staken op dit perceel. Daarnaast doet hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van het hekwerk. Omdat de begunstigingstermijn verliep, heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen gedurende de beroepsprocedure. De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond. Dit komt omdat het college het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd. Wel vindt de voorzieningenrechter dat ook in geval van de schutting sprake is van een overtreding, en dat het besluit voor het overige niet onevenredig is. De voorzieningenrechter ziet ook aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl