Rb. Overijssel 9 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1922

Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over het besluit van de bewaarder van het Kadaster (hierna: de bewaarder) om het bezwaar van eiser tegen de bijhouding van de gegevens van een perceel in de Basisregistratie Kadaster (hierna: de basisregistratie) niet-ontvankelijk te verklaren wegens termijnoverschrijding. De bijhouding is aan eiser meegedeeld in een brief van 2014 en hij heeft daartegen pas op 10 maart 2025 bezwaar gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Daarom heeft de bewaarder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. In de tweede plaats gaat deze uitspraak over de afwijzing van een verzoek van eiser om herstel van de gegevens van de kadastrale grenzen van het perceel in de basisregistratie. De rechtbank oordeelt dat de bewaarder het verzoek terecht heeft afgewezen. Eiser voert aan dat de aanwijzing van de perceelsgrenzen in 2014 niet goed is weergegeven in het daarvan opgemaakte relaas van bevindingen. De inhoud van zo’n relaas kan echter niet worden betwist in het kader van een verzoek om bijhouding. Eiser krijgt dus geen gelijk en beide beroepen zijn dus ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken