Rb. Overijssel 14 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:119

In de kern gaat dit geschil over de vraag of gedaagde 1 en/of gedaagde 2 onrechtmatig hebben gehandeld ten opzichte van eiser. Eiser en gedaagde 1 waren (via een STAK) certificaathouders van het bedrijf, daarnaast was gedaagde 1 enig bestuurder van het bedrijf en gedaagde 2 was werknemer van het bedrijf. Volgens eiser hebben gedaagde 1 en gedaagde 2 het bedrijf failliet laten gaan, om concurrerende werkzaamheden te kunnen uitvoeren in een nieuw opgerichte onderneming. Daardoor heeft eiser schade geleden, die hij vergoed wil zien. Ook hebben gedaagde 1 en gedaagde 2 volgens eiser boetes verbeurd wegens overtreding van de aandeelhoudersovereenkomst. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser zijn verwijten aan het adres van gedaagde 1 en gedaagde 2 onvoldoende heeft onderbouwd, zodat zijn vorderingen worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken