Rb. Overijssel 2 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1074
Deze uitspraak gaat over de aan derde belanghebbende verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw op zijn perceel. Eisers wonen vlak bij het perceel van derde belanghebbende en zijn het daar niet mee eens, omdat zij vrezen voor aantasting van hun woongenot en aantasting van het (essen)landschap. Eisers hebben daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om de bouw van het bijgebouw te voorkomen, zolang geen uitspraak is gedaan op het beroep. Eisers voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning aan [derde belanghebbende] terecht heeft verleend. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De uitspraak op rechtspraak.nl