Rb. Overijssel 2 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1073

Deze uitspraak gaat over de aan de belanghebbende verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw op zijn perceel. Verzoekers wonen vlak bij het perceel van de belanghebbende en zijn het daar niet mee eens, omdat zij vrezen voor aantasting van hun woongenot en aantasting van het (essen)landschap verzoekers hebben daarom bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om de bouw van het bijgebouw te voorkomen. Verzoekers voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af op grond van een voorlopige rechtmatigheidstoets. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en is het college gehouden de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Dat heeft tot gevolg dat de omgevingsvergunning niet wordt geschorst totdat het college op het bezwaar van verzoeker 1 heeft beslist. Dit oordeel wordt hierna nader toegelicht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen