Rb. Overijssel 20 februari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:961
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, een taakstraf van 200 uren, beveelt de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden en zet deze om naar een taakstraf van 180 uren en stelt dat verdachte gedurende de proeftijd geen dieren houdt of laat houden. Verdachte is schuldig bevonden aan meerdere instanties van (medeplegen van) dierenmishandeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 9 Sr
- Artikel 9a Sr
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 22b Sr
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 6:6:21 Sv
- Artikel 1 WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 2.2 Wet dieren
- Artikel 2.9 Besluit diergeneeskundigen
- Artikel 3.30 Besluit houders van dieren
- Artikel 5b.86a Regeling houders van dieren