Rb. Overijssel 18 februari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:927

De brief die de vader van beide partijen heeft laten opmaken, kan niet als (rechtsgeldige) wilsbeschikking worden gezien. Met een andere brief waar gedaagde zich op beroept die voorafgaand aan het vrijvallen van een nalatenschap is geschreven, kan geen afstand van de nalatenschap van de vader worden gedaan. Dit betekent dat het tegoed op de bankrekening van de vader volgens het wettelijk stelsel van erfrecht over eiseres en gedaagde als gezamenlijk erfgenamen moet worden verdeeld. De partiële verdeling wordt toegestaan. Omdat gedaagde doelbewust geen uitvoering heeft gegeven aan het eerdere vonnis van de kantonrechter om gegevens van de bankrekening van de vader aan eiseres te verstrekken, wordt hij in de proceskosten veroordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen