Rb. Overijssel 23 december 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:7689
Partij B huurt van partij A een appartement. Partij A verzoekt, na een procedure bij de Huurcommissie, de betalingsverplichting van partij B met betrekking tot de servicekosten over de jaren 2020, 2021 en 2022 vast te stellen. Partij B vordert van partij A bedragen die hij over de jaren 2018 tot en met 2022 te veel zou hebben betaald. De kantonrechter zal in deze procedure de servicekosten vaststellen over de jaren 2020, 2021 en 2022. Gelet op de standpunten die partijen in deze procedure hebben ingenomen zal hierna worden uitgelegd waarom de kantonrechter op soms een andere beslissing zal nemen dan de Huurcommissie heeft gedaan. Ook zal de kantonrechter toelichten waarom partij B geen vordering op partij A heeft over de jaren 2018 tot en met 2022.
De uitspraak op rechtspraak.nl