Rb. Overijssel 3 december 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6983
Eiser is in augustus 2025 in dienst getreden bij gedaagde. Na zes weken werkzaamheden te hebben verricht meldt eiser zich ziek. Eiser heeft geen loon van gedaagde ontvangen, zowel voor de gewerkte periode als voor de periode van arbeidsongeschiktheid. Eiser vordert betaling van het niet uitbetaalde loon, de wettelijke verhoging daarvan en afgifte van bruto-netto specificaties door gedaagde. Gedaagde voert aan dat zij met eiser geen veertig uren contract is overeengekomen, zoals eiser betoogt, maar een min-max contract, en dat eiser de door hem opgegeven overuren niet daadwerkelijk heeft gewerkt. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl