Rb. Overijssel 28 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:689
In deze pensioenzaak is gedaagde c.s. vrijgesteld geweest van deelname in het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds Bpf Bouw. Haar werknemers, waaronder eiser, hebben in die periode pensioen opgebouwd bij Nationale Nederlanden. Gedaagde c.s. heeft die pensioenaanspraken per 1 januari 2022 en 1 januari 2023 niet conform de door Bpf Bouw toegepaste indexaties geïndexeerd. Eiser meent dat dit op grond van zijn pensioenovereenkomst en op grond van het bepaalde in het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 wel had gemoeten en vordert kort gezegd dat gedaagde c.s. alsnog zorgdraagt voor de betreffende indexaties. De kantonrechter zal hierna tot het oordeel komen dat op gedaagde c.s. niet de verplichting rust om zorg te dragen voor indexering van het pensioen van eiser overeenkomstig de door Bpf Bouw vanaf 1 januari 2022 toegepaste indexaties. De vorderingen van eiser zullen dus worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl