Rb. Overijssel 27 november 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6843
Het college heeft op 9 september 2025 aan eiser een last onder bestuursdwang opgelegd, die inhoudt dat eiser het tijdelijke paviljoen en uitbreidingen aan het adres vóór 1 december 2025 dient te verwijderen. Eiser betwist niet dat het tijdelijke paviljoen met uitbreidingen weg moet, maar kan zich niet vinden in de opgelegde datum van 1 december 2025. Zij wil dat de begunstigingstermijn verlengd wordt, zodat zij in afwachting van een nieuw te realiseren gebouw gebruik kan blijven maken van het tijdelijke paviljoen. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek van eiser af. De voorzieningenrechter komt tot het voorlopige oordeel dat het college bij het bepalen van de begunstigingstermijn geen rekening heeft hoeven houden met de bedrijfseconomische belangen van eiser. De belangenafweging vormt mede in dat licht geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl