Rb. Overijssel 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6184

In deze procedure staat in de kern de vraag centraal of het ontslag op staande voet van partij B rechtsgeldig is. Naar het oordeel van de kantonrechter valt partij B wel wat te verwijten, maar rechtvaardigen zijn handelwijze en gedragingen onder de gegeven omstandigheden geen ontslag op staande voet. Dit betekent dat dat ontslag wordt vernietigd en dat partij A de afspraken uit de (eerder) overeengekomen vaststellingsovereenkomst moet nakomen (met de wettelijke verhoging van 50% over het achterstallig loon). De door partij B verzochte billijke vergoeding en schadevergoeding worden afgewezen. Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, heeft dit tot gevolg dat de verzoeken van partij A worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken