Rb. Overijssel 10 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5605
De rechtbank heeft in haar vorige tussenvonnis de curator in de gelegenheid gesteld stukken te overleggen waaruit kan blijken dat is voldaan aan de betekeningsvereisten. De curator heeft stukken ingediend. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de betekeningvereisten en dat het gevraagde verstek kan worden verleend. De rechtbank komt vervolgens tot het inhoudelijke oordeel dat partij B 1 en partij B 2 in hun hoedanigheid van bestuurders van het failliete bedrijf aansprakelijk zijn voor het boedeltekort op grond van onbehoorlijk bestuur. Dat geldt niet voor partij B 3; zij kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als medebeleidsbepaler. De vordering jegens partij B 3 uit hoofde van onverschuldigde betaling zal worden toegewezen tot een bedrag van € 15.000,00. De overige vorderingen van de curator jegens partij B 3, partij B 4 en partij B 5 worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 23 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 56 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 140 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 106a Fw
- Artikel 106b Fw
- Artikel 106d Fw
- Artikel 2:3 BW2
- Artikel 2:10 BW2
- Artikel 2:248 BW2
- Artikel 2:394 BW2
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:203 BW6
- Artikel 6:212 BW6