Rb. Overijssel 31 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:535
De rechtbank gelast dat een gedeelte van de vrijheidsstraf van de veroordeelde, die als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 365 dagen, alsnog moet worden ondergaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl