Rb. Overijssel 16 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4749

Deze zaak gaat kort gezegd over het volgende. Skal heeft in maart 2020 het besluit genomen tot intrekking van het bio-certificaat van eiseres en tot het decertificeren van een vijftal ladingen, waardoor die ladingen niet meer als biologisch verkocht mochten worden. Skal heeft de bezwaren van eiseres tegen dat besluit ongegrond verklaard. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vervolgens op 16 april 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:269) die beslissing op bezwaar van Skal deels vernietigd, het primaire besluit deels herroepen en Skal opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar tegen de intrekking van het bio-certificaat te nemen. Ter zake van die nieuwe, op 4 juni 2024 genomen beslissing loopt op dit moment nog een procedure bij het CBb. Eiseres meent dat vanwege voornoemde herroeping en vernietiging sprake is van een onrechtmatig handelen als gevolg van een besluit en betoogt dat ook sprake is van onrechtmatige feitelijke handelingen van Skal die maken dat zij schadeplichtig is jegens haar. De rechtbank zal hierna tot het oordeel komen dat Skal alleen met het besluit tot decertificering van de vijf ladingen onrechtmatig jegens eiseres heeft gehandeld en dat Skal de schade die eiseres daardoor heeft geleden dient te vergoeden. De rechtbank verwijst voor dat laatste naar de schadestaatprocedure.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken