Rb. Overijssel 8 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:42

Verzoek voorlopige voorziening hangende beroep n.a.v. besluit oplegging onderzoek naar rijgeschiktheid; beroep gegrond; de rechtbank herroept het primaire besluit. Verzoeker is na een opdracht van de politie 10 tot 15 meter naar achteren gereden. Vervolgens is in verzoekers bloed 839 μg/l (= 1,93 ‰) alcohol aangetroffen. Het CBR heeft verzoeker hierop een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. Verzoeker kan niet worden verweten dat hij op bevel van de politie enkele meters in de auto achteruit is gereden. Ten aanzien van dit feitencomplex en het noodzakelijke vermoeden is er geen grond om in het kader van de toepassing van artikel 130 en 131 Wegenverkeerswet anders te oordelen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet de conclusie worden getrokken dat verzoeker als bestuurder met een te hoog alcohol promillage aan het verkeer heeft deelgenomen. Daarom kan daaraan niet het vermoeden worden ontleend dat verzoeker niet langer beschikt over de rijvaardigheid om een motorrijtuig te besturen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen