Rb. Overijssel 28 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3585
Op 29 november 2023 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Daarbij is N3J in de gelegenheid gesteld stukken te overleggen en is aan partij B een bewijsopdracht verstrekt. N3J heeft op de rol van 3 januari 2024 in conventie een akte met producties genomen, waarop partij B bij akte van 25 maart 2024 heeft gereageerd. Zij heeft daarbij haar eis in (voorwaardelijke) reconventie gewijzigd. Partij B heeft op dezelfde rol een akte bewijsvoering met producties ingediend. Op 25 maart 2024, 2 juli 2024 en 29 november 2024 zijn de door partijen voorgebrachte getuigen gehoord. Partij B heeft daarna geconcludeerd na enquête, waarbij zij haar eis in (voorwaardelijke) reconventie weer heeft gewijzigd. N3J heeft een antwoordconclusie na enquête genomen, waarbij zij zich heeft uitgelaten over de wijzigingen van eis van partij B en producties heeft overgelegd. Partij B heeft zich vervolgens bij akte over deze producties uitgelaten. Ten slotte is vonnis gevraagd. Vonnis is bepaald op heden.
De uitspraak op rechtspraak.nl