Rb. Overijssel 21 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3228
Deze zaak betreft een geschil tussen twee professionele partijen over de nakoming van een tussen hen gesloten erfpachtovereenkomst (en daarmee samenhangende overeenkomsten) en de akte uitgifte erfpacht. RBT vordert in conventie nakoming daarvan in de zin dat zij betaling van (het restant van) de verschuldigde deelcanon B van het jaar 2023 en 2024 vordert. JALO is het daar niet mee eens en vordert in reconventie een verklaring voor recht inhoudende dat er (primair) sprake is van een tekortkoming door RBT of subsidiair dat sprake is van dwaling. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een tekortkoming van RBT. De bewoordingen in artikel 6 lid 5 van de erfpachtovereenkomst kunnen redelijkerwijs niet anders worden opgevat dan dat RBT alleen de verplichting op zich heeft genomen om zorg te dragen voor de infrastructuur van de daarin genoemde nutsvoorzieningen, waaronder elektriciteit, zodat deze voorzieningen binnen een redelijke afstand beschikbaar zijn voor de bedrijven die zich op het XL Businesspark willen vestigen. Voldoende duidelijk is dat een bedrijf dat zich daar wil vestigen zelf een aanvraag voor een elektriciteitsaansluiting moet doen bij Enexis. JALO heeft dit ook zo begrepen. Dat Enexis de door JALO in december 2023 gedane aanvraag, (voorlopig) heeft afgewezen vanwege netcongestie leidt niet tot de conclusie dat RBT haar contractuele verplichtingen niet nakomt. Daarbij kan niet uit het oog worden verloren dat JALO eind 2021 ook een aanvraag heeft gedaan, maar de offerte van Enexis toen heeft geannuleerd, omdat zij de financiering nog niet rond had. Dat JALO vervolgens tot eind 2023 heeft gewacht met het doen van een nieuwe aanvraag bij Enexis ligt in haar risicosfeer. Het beroep op dwaling slaagt niet. Dit betekent dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen. In het verlengde daarvan moet JALO (het restant van) de deelcanon B over de jaren 2023 en 2024 betalen. Haar beroep op redelijkheid en billijkheid, overmacht en onvoorziene omstandigheden slaagt niet. De door RBT gevorderde boete wordt echter afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl