Rb. Overijssel 16 april 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2340
Deze zaak gaat over een opvanglocatie voor asielzoekers en statushouders. Tot medio 2022 was een hotel hier gevestigd. Het plan om asielzoekers en statushouders te huisvesten heeft onrust veroorzaakt bij een deel van de inwoners van de plaats en omstreken. Na het aanvankelijk weigeren van medewerking is uiteindelijk door de gemeente Tubbergen een overeenkomst gesloten met het Rijk en het COA over een opvanglocatie voor maximaal 150 mensen. Het COA heeft hierna een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd voor vijf jaar, die het college in 2024 heeft verleend met enkele voorschriften. Hiertegen hebben een aantal bewoners en bedrijven en een tweetal stichtingen beroep ingesteld bij de rechtbank. In de uitspraak van vandaag concludeert de rechtbank dat er weliswaar veel druk vanuit het Rijk is uitgeoefend om de opvanglocatie te realiseren, maar dat er geen aanleiding is om te denken dat het college niet zelfstandig tot verlening van de omgevingsvergunning is gekomen. Het college is bevoegd gebleven om op de aanvraag te beslissen en heeft de aanvraag beoordeeld zoals die, gelet op het toepasselijke wettelijk kader, beoordeeld moest worden. Uit dat wettelijke kader volgt dat een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan alleen kan worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit is een integrale, complexe belangenafweging waarbij het college beleidsruimte heeft. De rechtbank oordeelt daarom niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Wel heeft de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden beoordeeld of de verleende omgevingsvergunning voor het huisvesten van asielzoekers en statushouders op de betreffende locatie in de plaats in overeenstemming is met het recht. Zoals uit deze uitspraak blijkt, concludeert de rechtbank dat dit het geval is. Het college heeft de diverse belangen, zoals die ook door eisers in beroep naar voren zijn gebracht, zorgvuldig beoordeeld en afgewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college daarbij voldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden en bedrijven, waaronder ook de door hen geuite gevoelens van sociale onveiligheid. Het college mocht het maatschappelijke belang van de opvang van vreemdelingen zwaarder laten wegen dan de belangen van omwonenden bij het behoud van de bestaande situatie. Omdat ook de overige beroepsgronden niet slagen betekent dit dat het college terecht heeft besloten de omgevingsvergunning te verlenen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Gw
- Artikel 1 Wet betreffende de positie van Molukkers
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 6:5 Awb
- Artikel 6:6 Awb
- Artikel 6:7 Awb
- Artikel 6:8 Awb
- Artikel 6:11 Awb
- Artikel 6:15 Awb
- Artikel 8:1 Awb
- Artikel 8:58 Awb
- Artikel 8:69a Awb
- Artikel 1 VW
- Artikel 1.26 Bouwbesluit
- Artikel 3 Bibob
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.2 Wabo
- Artikel 2.4 Wabo
- Artikel 3.9 Wabo
- Artikel 3.2 Bor