Rb. Overijssel 12 maart 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:1381

Herziening en terugvordering van in totaal € 11.109,32.aan WIA-uitkering. Gegrond beroep. Het UWV moet opnieuw beslissen op het bezwaar van eiser in verband met het fictieve inkomen uit zijn onderneming, die zijn vermeld in de vaststellingsovereenkomst met de Belastingsdienst en de beschikking van de Belastingdienst. De rechtbank vindt het namelijk vooralsnog niet onaannemelijk dat eiser in 2021 en 2022 in het geheel geen inkomsten uit zijn onderneming heeft ontvangen en er daarom niet op bedacht was en hoefde te zijn dat hij ten onrechte maandelijks zijn volledige WIA-uitkering ontving. In artikel 4, eerste lid van de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 is bepaald dat indien het de verzekerde niet redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt, de uitkering wordt ingetrokken of herzien met ingang van de dag waarop het UWV hem voor het eerst kenbaar heeft gemaakt dat hem ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verstrekt (…). Deze Beleidsregel moet worden aangemerkt als binnenwettelijk beleid, waarbij voor wat betreft het rechtszekerheidsbeginsel invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid van het UWV om in geval van dringende redenen af te zien van herziening en terugvordering. Bij de beoordeling van de dringende reden zal het UWV zich ook rekenschap moeten geven van de gevolgen die de herziening en terugvordering voor de betrokkene hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken