Rb. Overijssel 4 oktober 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:7174
Hoofdverblijfplaats minderjarige. Minderjarige verblijft op dit moment in Bulgarije bij vrouw zonder toestemming van man. In Bulgarije is teruggeleidingsprocedure aanhangig gemaakt door man. De rechtbank in Sofia (Bulgarije) heeft besloten dat minderjarige terug moet keren naar Nederland en onmiddellijk moet worden overgedragen aan man. Vrouw heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Rechtbank houdt het ervoor dat in Bulgarije geen bodemprocedure over hoofdverblijfplaats minderjarige (en zorgregeling) aanhangig is. Internationale bevoegdheid. Art. 7 lid 1 en art. 9 Verordening Brussel II-ter. Gerecht van lidstaat waar kind onmiddellijk voor ongeoorloofde overbrenging of niet-terugkeer gewone verblijfplaats had, blijft bevoegd totdat het kind in andere lidstaat gewone verblijfplaats heeft verkregen. Vooralsnog is rechtbank van oordeel dat gewone verblijfplaats minderjarige niet is gewijzigd. Nederlands recht van toepassing ogv art. 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Centrale Autoriteit Bulgarije heeft volgens raad voor de kinderbescherming geen informatie willen delen met Centrale Autoriteit Nederland. Raad kan niet adviseren maar maakt zich onverminderd zorgen over interactie tussen ouders en effect van (vaak telefonische) ruzies op minderjarige, waar minderjarige veelal bij aanwezig is. Gelet hierop en in afwachting hoger beroep in Bulgarije in teruggeleidingszaak, houdt rechtbank beslissing over hoofdverblijfplaats minderjarige aan. Echtscheiding wordt uitgesproken. Beschikking is hersteld op 5 februari 2025 in verband met foutieve huwelijksplaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl