Rb. Overijssel 17 januari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:7172

Bijna gelijktijdig aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedures in Bulgarije en Nederland. VOVO toevertrouwing minderjarige. Litispendentie. Aanhangigheid en onderling samenhangende procedures. Artikel 15 en 20 Verordening Brussel II-ter. Nederlandse rechter onbevoegd. Rechtbank in Bulgarije heeft zich in eerder aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen onbevoegd verklaard tav echtscheiding en bevoegd tav voorlopige voorzieningen hoofdverblijfplaats, gezag, omgang en kinderalimentatie. Bodemzaak echtscheiding en nevenvoorzieningen. Nog niet behandeld ter zitting, maar wel Raad voor de Kinderbescherming opdracht tot onderzoek hoofdverblijfplaats gegeven omdat rechtbank vooralsnog internationale bevoegdheid aanneemt tav echtscheiding en nevenvoorzieningen mbt ouderlijke verantwoordelijkheid en gelet op urgentie zaak. Tav ouderlijke verantwoordelijkheid niet gebleken van bodemzaak Bulgarije. Rechtbank Bulgarije niet bevoegd ivm ongeoorloofde overbrenging minderjarige naar Bulgarije. Vooralsnog oordeel dat gewone verblijfplaats minderjarige niet is gewijzigd. Artikel 9 Verordening Brussel II-ter. Vooralsnog uitgaan Nederlands recht van toepassing mbt ouderlijke verantwoordelijkheid. Artikel 15, lid 1 en artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Rechtbank wijst op artikel 80 Verordening Brussel II-ter voor samenwerking inzake het verzamelen en uitwisselen informatie. Dit kan via Centrale Autoriteit. Rechtbank wijst nogmaals op mogelijkheid cross border mediation.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen