Rb. Overijssel 4 december 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:6502
Partijen zijn eigenaren van aangrenzende percelen. Zij hebben een geschil over of een schutting en een duivenhok gedeeltelijk over de erfgrens op het perceel van partij A staan. Partij A vorderen dat partij B ertoe worden veroordeeld dat alles wat is overgebouwd wordt verwijderd/verplaatst. Partij B betwisten dat de schutting en het duivenhok gedeeltelijk over de kadastrale erfgrens op het perceel van partij A staan. Mocht dat wel zo zijn, dan stellen partij B dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van dat gedeelte van het perceel van partij A. De rechtbank is van oordeel dat de schutting en het duivenhok gedeeltelijk over de kadastrale erfgrens zijn geplaatst, maar dat partij B door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van de grond achter de schutting. De vorderingen van partij A worden daarom afgewezen en de door partij B gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen, met veroordeling van partij A in de proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl