Rb. Overijssel 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5327

Partijen zijn broers en zussen van elkaar. Zij zijn deelgenoten in de nalatenschap van hun moeder. In deze zaak staat de vraag centraal of tussen partij A en de overige erfgenamen een pachtovereenkomst bestaat. De pachtkamer is van oordeel dat in de eerdere procedures die partijen hebben gevoerd al op het door partij A gevorderde is beslist. De eerdere uitspraken zijn in kracht van gewijsde gegaan en hebben gezag van gewijsde gekregen. De daarin gegeven rechtsoordelen hebben tussen partijen als vaststaand te gelden. Dat leidt ertoe dat de vorderingen in conventie van partij A worden afgewezen. Partij A wordt veroordeeld in de proceskosten. Aan inhoudelijke beoordeling van de voorwaardelijke vordering in reconventie van partij B2, B3 en B4 komt de pachtkamer niet toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken