Rb. Overijssel 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5285
Beroep tegen invordering verbeurde dwangsommen; beroep ongegrond. Geen bijzondere omstandigheden die maken dat had moeten worden afgezien van invordering. Weliswaar is niet eiser, maar het gedrag van een huurder de directe oorzaak voor de overtreding van de last, maar eiser is als beheerder van het pand en degene aan wie de last onder dwangsom is gericht (mede-) verantwoordelijk voor de toestand van het pand en voor het herstel en/of ongedaan maken van gebreken. Nu eiser er niet voor heeft gezorgd dat de gebreken kort na de aangerichte vernielingen weer zijn hersteld, is verweerder terecht niet afgeweken van het uitgangspunt dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Tussen het moment waarop de ex-huurder de vernielingen heeft aangericht en de datum van de hercontrole ligt immers een periode van drie maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl