Rb. Overijssel 20 augustus 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:4412
Beroep tegen de afwijzing van een aanvraag van eiser voor een ontheffing van de benoembaarheidsvereisten voor het vak rekenen/wiskunde in de Internationale Schakelklas (ISK) door verweerder (de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs). Verweerder heeft met het bestreden besluit de aanvraag om ontheffing afgewezen met een gewijzigde motivering. Een bestuursorgaan moet bij de besluitvorming een zorgvuldige belangenafweging maken. Verder moet op grond van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beslissing op het bezwaar berusten op een deugdelijke motivering. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing, moet een betrokkene, volgens de Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning van 7 december 2021 voldoen aan de voorwaarden dat sprake is van een ‘bijzonder geval’ en ‘uitmunten in buitengewone bekwaamheid ten aanzien van het vak of vakonderdeel’. De aanvraag wordt op beide criteria, in samenhang, getoetst. De rechtbank is gelet op de feiten en omstandigheden, zoals onder meer gebleken ter zitting, aangevuld met het feit dat ook het Stedelijk Lyceum eiser naar grote tevredenheid heeft ingezet (eerst op vrijwillige basis en later op grond van een arbeidsovereenkomst) van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat de door eiser gevolgde opleidingen in samenhang met alle activiteiten als leraar rekenen/wiskunde, in dit bijzondere geval (specifiek het geven van onderwijs in het vak rekenen/wiskunde in de ISK en daar ook toe beperkt), niet voldoen aan het criterium ‘uitmunten in buitengewone bekwaamheid’. Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij (ook) aan dit criterium voldoet. Beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en eiser ontheffing te verlenen van de benoembaarheidsvereisten voor het vak rekenen/wiskunde in de ISK als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020).
De uitspraak op rechtspraak.nl