Rb. Overijssel 22 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3932

Partij A vordert in conventie schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 6 juni 2024. Daarnaast vordert hij schorsing van een onherroepelijke volmacht. Deze vorderingen worden afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bevat het vonnis van 6 juni 2024 geen kennelijke misslagen en heeft partij A geen, althans onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die zich na het vonnis van 6 juni 2024 hebben voorgedaan en die kunnen rechtvaardigen dat thans wordt afgeweken van dat vonnis. Een rechter kan een onherroepelijke volmacht wegens gewichtige redenen wijzigen of buiten werking stellen (artikel 3:74 van het Burgerlijk Wetboek (BW)), maar daar heeft [partij A] niet om verzocht. Reeds daarom moet deze vordering worden afgewezen. Partij B heeft in reconventie verzocht om een procedeerverbod (in beperkte vorm) en voorwaardelijk om betaling van een bedrag van € 200.000,- aan partij B2. Het procedeerverbod wordt afgewezen omdat niet is gebleken van uitzonderlijke omstandigheden. Nu niet aan de voorwaarden is voldaan waaronder de geldvordering is ingesteld, komt de voorzieningenrechter niet toe aan beoordeling van deze vordering

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken