Rb. Overijssel 3 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3535

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 april 2024 reeds geoordeeld dat gedaagde 2 als feitelijk beleidsbepaler en gedaagde 1 als bestuurder van bedrijf 1 B.V. hun taak onbehoorlijk hebben vervuld. Zij zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort en om aan de curator een voorschot te betalen op wat zij aan de boedel zijn verschuldigd. Wat betreft het gevorderde civiel bestuursverbod is de curator opgedragen de rechtbank te informeren of gedaagde 1 en gedaagde 2 nog bestuurder of commissaris zijn van andere rechtspersonen en, zo ja, om een uittreksel uit het Handelsregister, of een of meer andere stukken waaruit blijkt van de relevante informatie, over te leggen van die overige rechtspersonen als bedoeld in artikel 106c, eerste lid, Faillissementswet (Fw). Na ontvangst van de gevraagde stukken is de rechtbank van oordeel dat zowel gedaagde 1 als gedaagde 2 een civiel bestuursverbod voor de duur van vijf jaren dient te worden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen