Rb. Overijssel 2 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3516
Eiser en gedaagde hebben een overeenkomst gesloten voor de levering van gas, water en elektriciteit voor een huis in Duitsland. Gedaagde heeft een eindafrekening van eiser onbetaald gelaten, reden waarom eiser betaling van hem vordert. Gedaagde betwist de hoogte van de eindafrekening. De kantonrechter acht zich bevoegd om van deze zaak kennis te nemen. Op de overeenkomst is Duits recht van toepassing, omdat eiser dienstverlener is en in Duitsland is gevestigd. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde de hoogte van de eindafrekening onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. De vordering van eiser wordt (grotendeels) toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente naar Duits recht en de buitengerechtelijke incassokosten naar Nederlands recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl