Rb. Overijssel 2 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3502

Het UWV is aan eiseres geen dwangsom verschuldigd. De rechtbank heeft het UWV in haar uitspraak van 10 juni 2021 opgedragen binnen zes weken na de dag van verzending van die uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. De rechtbank is het met het UWV eens dat deze termijn pas aanvangt op het moment dat de uitspraak van de rechtbank onherroepelijk is geworden. De rechtbank is van oordeel dat het UWV in dit geval sowieso geen dwangsom aan eiseres verschuldigd kan zijn, omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt. Naar vaste rechtspraak van de CRvB geldt als uitgangspunt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als deze hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. De wijze waarop Valk in het rapport van 12 oktober 2023 is ingegaan op de klachten en de aanwezige medische informatie van met name Heliomare geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek. De uit dit onderzoek getrokken conclusies zijn inzichtelijk en consistent. De rechtbank ziet in wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV naar voren heeft gebracht geen aanleiding om aan de juistheid van de conclusies van Valk te twijfelen. Het volgen van het oordeel van Valk betekent dat voor werknemer op 25 mei 2019 de FML in het rapport van 12 oktober 2023 van toepassing was. Het UWV zal uitgaande van deze FML het arbeidsongeschiktheidspercentage opnieuw moeten beoordelen. Gelet op het standpunt van Valk ligt het in de rede dat het UWV bij de nieuwe besluitvorming ook betrekt of per 25 mei 2019 of per een latere datum sprake is van duurzaamheid en dus van een mogelijke aanspraak op een IVA-uitkering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken