Rb. Overijssel 26 juni 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3375

Kort samengevat gaat het in deze zaak over de vraag of op het perceel van eiseres en eiser een erfdienstbaarheid van weg rust ten behoeve van het perceel van de erven van overledene, in het geval dat zo mocht zijn, of sprake is van een ontoelaatbare verzwaring van de erfdienstbaarheid. Eiseres en eiser stellen zich op het standpunt dat er geen sprake is van een erfdienstbaarheid ten behoeve van het perceel van de erven van overledene, althans dat sprake is van een ontoelaatbare verzwaring van de bij notariële akte gevestigde erfdienstbaarheid. De erven van overledene daarentegen zijn van mening dat sprake is van een erfdienstbaarheid. De erven van overledene beroepen zich op de registratie van die erfdienstbaarheid bij het Kadaster en ook beroepen zij zich op de wettelijke bepaling van artikel 5:76 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken