Rb. Overijssel 19 juni 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3200

Partijen zijn allebei eigenaar van een deel van een twee-onder-een-kapwoning. De kern van dit geschil is de vraag of partij B moet meewerken en meebetalen aan herstelwerkzaamheden/vernieuwingen, om zo scheurvorming in het pand te herstellen en te verhelpen. Daarnaast vragen partij A verlof om een (plaat)fundering onder hun woning te (laten) plaatsen en om werkzaamheden aan de vloerbalken uit te mogen (laten) voeren, zonder dat zij aansprakelijk zijn voor mogelijke schade die daardoor wordt veroorzaakt aan de woning van partij B. Ook vorderen partij A vergoeding van schade. Partij B vordert in reconventie dat het beslag dat partij A op haar woning hebben gelegd, wordt opgeheven. De rechtbank oordeelt dat partij B niet verplicht is om mee te betalen aan herstelwerkzaamheden/vernieuwingen die partij A onder de woningscheidende wand in het pand willen (laten) uitvoeren, omdat niet vast is komen te staan dat dit nodig is zoals artikel 5:65 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vereist. Partij B kan ook niet worden verplicht om daaraan mee te werken. Wel moet partij B meewerken en meebetalen aan het herstellen van de scheur in de woningscheidende wand, nu partij B zelf heeft verklaard dat dit wel nodig is. Het staat partij A verder vrij om een (plaat)fundering onder hun eigen woning te (laten) plaatsen of werkzaamheden aan hun vloerbalken te (laten) verrichten, zolang dit niet op mandelige delen ziet. De vordering om verlof voor die werkzaamheden te verlenen wordt afgewezen, omdat er geen grondslag is voor de gevorderde uitsluiting van aansprakelijkheid voor mogelijke schade. De door partij A gevorderde schadevergoeding wordt ook afgewezen. Het beslag op de woning van partij B wordt niet opgeheven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken