Rb. Overijssel 30 mei 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2829
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van € 75.000,00, met een proeftijd van 5 jaren en een bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen dieren onderhoudt tijdens de proeftijd. Daarnaast krijgt de verdachte een voorwaardelijke geldboete van € 200,00, met een proeftijd van 3 jaren en wordt gelast met de kosten van het openbaarmaking van dit vonnis van € 2.500,00. De vennootschap heeft zich als bedrijfsmatige houder/fokker van dieren structureel schuldig gemaakt aan economische delicten en overtredingen van de Wet dieren door in 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023 niet de zorg te geven aan zijn dieren die op grond van geldende wet- en regelgeving is vereist, de registraties van dieren niet op orde te hebben en niet te beschikken over de vereiste administratie/documenten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 23 Sr
- Artikel 51 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 62 Sr
- Artikel 7 WED
- Artikel 96 GWWD
- Artikel 2.1 Wet dieren
- Artikel 2.2 Wet dieren
- Artikel 2.3 Wet dieren
- Artikel 2.5 Wet dieren
- Artikel 3.4 Wet dieren
- Artikel 6.2 Wet dieren
- Artikel 8.12 Wet dieren
- Artikel 3.1 Besluit dierlijke producten
- Artikel 3.22 Regeling dierlijke producten
- Artikel 1.14 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
- Artikel 1.6 Besluit houders van dieren