Rb. Overijssel 15 mei 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2576
Eisers heeft Isala aansprakelijk gesteld voor de schade die zij stelt te hebben geleden en nog zal lijden als gevolg van de kunstmatige inseminatie-behandeling die eiser 1 in 1988 heeft ondergaan met eigen semen van de behandelend arts in plaats van dat van de beoogde vader, toen tevens echtgenoot van eiser 1. Daarnaast verwijt eisers Isala dat zij vanaf dat moment haar dossier-, informatie- en nazorgplicht doorlopend heeft geschonden. Eisers stelt dat Isala tegenover haar is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en vordert een viertal verklaringen voor recht. Isala beroept zich onder meer op verjaring. Zoals de rechtbank hierna zal toelichten, slaagt dit beroep grotendeels. Voor zover de vorderingen niet verjaard zijn, kan de rechtbank deze vorderingen op inhoudelijke gronden niet toewijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 12 juli 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1248
- Hof Den Haag 1 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2524
- Hof Den Haag 1 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2525
- HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:494
- Rb. Den Haag 1 februari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:782
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 11 maart 2014, ECLI:NL:XX:2014:126
- HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3138
- HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635