Rb. Overijssel 11 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2006

De rechtbank veroordeelt de gedaagde om de woning te ontruimen, te verlaten en de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de eisers te stellen. Gedaagde woonde in een woning dat eigendom was van eiser 3(vader van eiser 1 en 2). Gedaagde betaalde sinds 2020 geen geldelijke vergoeding meer. Eiser 3 is in de financiële problemen gekomen en is onder bewind van eisers 1 en 2 gesteld. Zij proberen hun vader financieel weer op de rit te krijgen en daarvoor is het verkoop van de woning waar gedaagde in woont nodig. Eisers stellen dat sprake is van een bruikleenovereenkomst, gedaagde stelt dat het een kamerhuurovereenkomst is, en dat zij geen huur betaald omdat zij diensten aan eiser 3 levert die op geld waardeerbaar zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen