Rb. Overijssel 19 maart 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:1438

Eisers hebben de minister verzocht om handhavend op te treden tegen een bedrijf dat een biomassa-installatie exploiteert wegens overtredingen van de artikelen 10.45 en 10.55 van de Wet milieubeheer (Wm). De minister heeft dit verzoek afgewezen. Het beroep daartegen is ongegrond. Het bedrijf houdt zich bezig met het verwerken van meststoffen en co-substraten. De meststoffen vallen niet onder de werking van hoofdstuk 10 van de Wm. Het bedrijf houdt zich niet bezig met het inzamelen van afvalstoffen in de zin van de Wm. Het bedrijf haalt de co-substraten niet zelf op bij de ontdoeners, maar koopt deze afvalstoffen in. Daarna worden deze afvalstoffen door de ontdoeners of transporteurs naar de inrichting gebracht waar ze door het bedrijf worden verwerkt. Hieruit volgt dat het bedrijf de co-substraten niet verzamelt om ze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Het bedrijf houdt zich ook niet bezig met het verhandelen van afvalstoffen in de zin van de Wm. Het bedrijf koopt de co-substraten niet aan om ze daarna weer te verkopen. Daarom is geen sprake van overtredingen van de artikelen 10.45 en 10.55 van de Wm en heeft de minister het handhavingsverzoek terecht afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen