Rb. Overijssel 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3852

De rechtbank veroordeelt een 37-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 10 jaren. De man is verdacht voor het gewoonte maken van (opzettelijk) fokken en verhandelen van honden terwijl er niet werd voldaan meerdere bepalingen van het Besluit houders van dieren, en de verzorging van de honden onthouden, terwijl de verdachte minder dan vijf jaren geleden veroordeelt is voor soortgelijke misdrijven. Verdachte mag tijdens de gehele proeftijd geen huis- en/of hobbydieren houden of laten houden, en moet meewerken aan controles door de LID. Ook moet verdachte in de eerste twee jaren van de proeftijd melden bij reclassering, en deelnemen aan gedragsinterventie, en (on)betaald werk vinden voor een vast structuur, en meewerken aan het aflossen van schulden. De rechtbank ontzet verdachte uit het recht tot de uitoefening van het beroep van dierenfokker voor de duur van 6 jaren en 9 maanden. Op 24 mei 2024 is dit vonnis onherroepelijk geworden. Zoals door de rechtbank bepaald onder punt 9: De Beslissing zijn de personalia van de verdachte in dit vonnis niet gepseudonimiseerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken