Rb. Overijssel 30 januari 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:304

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de dreiging van verbeurte van dwangsommen die waren verbonden aan de dictumonderdelen 7.1. en 7.2 van het vonnis van 28 juni 2022 voor gedaagde onvoldoende prikkel is geweest om het daarin bepaalde na te komen. Aan de voorwaarden om nu uitvoerbaarheid bij lijfsdwang aan die dictumonderdelen te verbinden is voldaan, zodat die vordering zal worden toegewezen. Aan de voorwaarden om eiseres recht geven om van gedaagde ex artikel 843a Rv afschrift te verlangen is voldaan voor zover het betreft de stukken die eiseres vraagt in het kader van het vergroten van haar verhaalsmogelijkheden op gedaagde . Dat zelfde geldt voor de voor eiseres gevorderde correspondentie tussen gedaagde , A en B, behalve waar het betreft de door advocaten opgestelde correspondentie. Daarvan kan niet worden uitgesloten dat die onder het functioneel verschoningsrecht van de advocaten valt. Om hieronder gemotiveerde redenen gaat het te ver om aan de plicht afschrift te verschaffen uitvoerbaarheid bij lijfsdwang te koppelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken