Rb. Overijssel 5 juli 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:2804
Hoofdzaak. In conventie spreekt curator bestuurders aan voor boedeltekort. Vordering jegens één bestuurder verjaard. Geen rechtsverwerking. Vordering tegen aantal andere bestuurders afgewezen, omdat bestaan bestuurdersaansprakelijkheid op grond van recht van het Verenigd Koninkrijk onvoldoende onderbouwd is (incorporatierecht van de artikelen 10:118 BW en 10:119 BW). Vordering jegens overige bestuurders afgewezen omdat schending publicatieplicht of administratieplicht (artikel 2:248 lid 2 BW) dan wel onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 BW) niet vast is komen te staan. In reconventie oordeelt rechtbank over het door de curator gelegde beslag. Vrijwaringszaak. In conventie spreekt één van de bestuurders de andere bestuurders aan, terwijl in (voorwaardelijke) reconventie het omgekeerde gebeurt. Zowel in conventie als in (voorwaardelijke) reconventie wijst de rechtbank de vordering af, omdat zij de vordering van de curator in de hoofdzaak afwijst.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 87 Fw
- Artikel 2:10 BW2
- Artikel 2:248 BW2
- Artikel 2:394 BW2
- Artikel 19 Meststw
- Artikel 6:10 BW6
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 3:310 BW3
- Artikel 3:317 BW3
- Artikel 38 GWWD
- Artikel 2.3 Wabo
- Artikel 10:4 BW10
- Artikel 10:118 BW10