Rb. Overijssel 12 april 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:1460
Tussenvonnis in een bouwzaak. De rechtbank blijft bij haar oordeel dat het handtekening onderzoek, waaruit is gekomen dat de gepresenteerde handtekening niet authentiek is, gebruikt kan worden en maakt de conclusies tot de hare. Gedaagde heeft op meerdere punten gehandeld in strijd met artikel 21 Rv. De rechtbank verbindt daar de gevolgen aan die haar geraden voorkomen, in dit geval dat van de juistheid van de feitelijke stellingen van gedaagde niet kan worden uitgegaan. Gedaagde heeft recht op redelijk loon voor de werkzaamheden die hij heeft verricht. De rechtbank stelt voor een deskundige te benoemen maar bepaalt daarvoor eerst een (regie) zitting, ook zodat duidelijkheid kan worden verkregen over de hoogte van de contant betaalde bedragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 227 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:2 BW6
- Artikel 6:69 BW6
- Artikel 6:87 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 7:752 BW7
- Artikel 7:758 BW7
- Artikel 7:767 BW7