Rb. Overijssel 6 april 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:916

Een accountantskantoor wordt door opdrachtgevers aansprakelijk gehouden voor beroepsfouten die een medevennoot en medewerkers van het kantoor zouden hebben gemaakt. Volgens één van de opdrachtgevers is hij als gevolg daarvan strafrechtelijk vervolgd voor faillissementsfraude en is daardoor de aan hem toebehorende onderneming volledig verloren gegaan. De opdrachtgevers stellen een miljoenenschade te hebben geleden. De opdrachtgevers hebben hun schadevergoedings-vordering gecedeerd aan eiseres. Ten aanzien van de beroepsfouten wordt aangevoerd dat het daarbij (onder meer) gaat om het adviseren en uitvoeren van: 1. een zogenaamde ‘sterfhuisconstructie’, waarbij gezonde bedrijfsonderdelen tijdig uit de faillerende onderneming zijn gehaald en 2. een herstructurering van de werkmaatschappijen binnen het concern, waarbij de boekwaarde van deze werkmaatschappijen met ruim 2,5 miljoen is verhoogd zonder dat hier een reële waardestijging tegenover staat. De rechtbank oordeelt dat voor deze aantijgingen onvoldoende is aangevoerd en wijst alle vorderingen af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen