Rb. Overijssel 12 januari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:81

Mediationbeding brengt niet met zich dat de rechtbank onbevoegd is: rechtbank blijft onverminderd bevoegd om kennis te nemen van een geschil indien zij daartoe door een van de partijen wordt opgeroepen. Eisers zijn dus ontvankelijk in de vordering. Eisers spreken gedaagden aan uit hoofde van de overeenkomst van borgtocht. Gedaagden hebben een beroep gedaan op verval van recht gelet op artikel 8 van de overeenkomst van borgtocht, omdat het geschil niet binnen één jaar nadat de vordering is ontstaan aanhangig is gemaakt. Eisers stellen dat van verval van recht geen sprake kan zijn. De rechtbank heeft artikel 8 van de overeenkomst van borgtocht uitgelegd aan de hand van het Haviltex-criterium: op basis van de tekst is duidelijk dat het de bedoeling van partijen is geweest dat een geschil binnen één jaar nadat de rechtsvordering is ontstaan en bekend is geraakt, aanhangig moet worden gemaakt bij de rechtbank en wel op straffe van verval van recht. Het geding is aanhangig vanaf het moment van dagvaarding, artikel 125 lid 1 Rv. In casu is meer tijd verstreken dan één jaar voordat de dagvaarding werd betekend. De rechtsvordering van eisers op gedaagden uit hoofde van de overeenkomst van borgtocht is vervallen. Er is sprake van verval van recht. De vorderingen worden afgewezen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen