Rb. Overijssel 5 januari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:11
Van veroordeelde is DNA-celmateriaal afgenomen vanwege een veroordeling voor valsheid in geschrift. Op deze veroordeling na, is veroordeelde niet eerder met politie en/of justitie in aanraking geweest. De vraag is of het redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde, gelet op de ‘aard van het misdrijf’ of ‘de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd’, niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Er zijn dus twee uitzonderingsgronden mogelijk. Hierbij is geen plaats voor een afweging van andere belangen. Is géén van de uitzonderingsgronden van toepassing? Dan moet het bezwaar ongegrond worden verklaard. De raadkamer is van oordeel dat een beroep op de uitzonderingsgronden niet kan slagen. Het bezwaar van veroordeelde is dus ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl