Rb. Overijssel 29 november 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4580
Toepassen van de “Wet vereenvoudiging beslagvrije voet”, die op 1 januari 2021 in werking is getreden, leidt tot een groot verschil in hoogte van de beslagvrije voet voor een AOW-gerechtigde. Met deze wet wordt een standaard rekenwijze geïntroduceerd waarbij de beslagvrije voet wordt berekend. Deze wet heeft voor mensen met een AOW-gerechtigde leeftijd een negatief gevolg omdat in de nieuwe wet ervoor is gekozen om voor deze groep van een lagere bijstandsnorm uit te gaan dan eerder het geval was. Mensen met een AOW-gerechtigde leeftijd in een schuldensituatie kunnen per maand daarom behoorlijk moeten inleveren. Geen rekening is gehouden met de extra hoge kosten van een AOW-gerechtigde. Toepassen van de nieuwe standaard methode heeft tot gevolg dat verzoekster niet meer in haar kosten van levensonderhoud kan voorzien. Aanleiding wordt dan ook gezien weer aan te sluiten bij de bijstandsnorm voor een AOW-gerechtigde. De beslagvrije voet wordt verhoogd, als verzocht, verzoekster blijft dan in staat om met minimaal 5% van haar netto inkomen op haar schuld af te lossen en houdt voldoende middelen over om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, wat in overeenstemming is met het uitgangspunt van de wet. Deze wijze van berekenen sluit ook aan bij de berekening van het vrij te laten bedrag volgens de Vtlb-methode van de Recofa, waar een correctie wordt toegepast zodat weer wordt aangesloten bij de bijstandsnorm voor een AOW-gerechtigde (zie art. 4.3 van het Vtlb-rapport versie juli 2021). De (dure) weg naar de rechter kan voorkomen worden als ook deurwaarders er weer voor kiezen in deze situaties (weer) uit te gaan van de (hogere) bijstandsnorm voor een AOW-gerechtigde en, indien nodig, met dat inkomen aan te sluiten bij de 5% regel (altijd 5% van het netto-inkomen aflossen). Er wordt dan nog steeds afgelost, wat in overeenstemming is met het uitgangspunt van de wet én de schuldenaar houdt voldoende middelen over om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, wat ook in overeenstemming is met het uitgangspunt van de wet.